Hoe langer ik aan het werk ben en groepstrainingen geef, hoe meer ik over mezelf ontdek.
Gisteren was de open supervisiedag bij Maya Kerstan .
Ik volg inmiddels een tijdje een bijscholing in psychoseksuele ontwikkeling. Een intensief traject waarin we deels ons eigen proces inbrengen en deels met elkaar oefenen in de rollen van therapeut en cliënt.
De supervisies zijn meer casusgericht. Daar breng ik situaties in vanuit mijn eigen werk. En ik vind dat ontzettend waardevol.
Wat me de laatste tijd opvalt, is hoeveel we elkaar op internet lijken te beoordelen. Iedereen wil het goed doen. Dit is een red flag, dat is een yellow flag. We hebben overal een oordeel over en soms lijkt het alsof één fout genoeg is om iemand af te schrijven als facilitator of therapeut.
Terwijl ik denk: ja, mensen maken fouten.
En na elke supervisiedag voel ik weer dat het ok is om niet perfect te zijn.
Het gaat er voor mij niet om dat je nooit iets verkeerd doet. Het gaat erom wat je ermee doet. Kun je naar jezelf kijken? Kun je verantwoordelijkheid nemen? Kun je onderzoeken wat er gebeurde, zonder jezelf meteen als professional af te schrijven?
Want wat ik gisteren bij de supervisie opnieuw heb geleerd, is dat iedere professional een kwetsbaar kind in zich heeft.
En dat kind gaat niet weg.
Het hoeft niet geheeld te worden. Het hoeft niet gefixt te worden. Het is er gewoon.
Hoe meer je dat kwetsbare deel probeert te ontkennen en jezelf steeds groter maakt als volwassen professional, hoe onverwachter dat kind naar voren kan springen.
Hé, ik ben er ook nog. Zie mij. Help mij.
En dat kwetsbare kind heeft soms nog behoorlijk wat nodig.
MIJN KWETSBARE KIND IS VOORAL BANG
De afgelopen weken is dat bij mij ook weer behoorlijk naar de voorgrond gekomen. De bijscholing maakt namelijk veel los. Elk blok behandelen we een fase uit de psychoseksuele ontwikkeling en dat is best intensief.
Wat ik bij mezelf ontdek, is dat mijn kwetsbare kind vooral bang is.
Bang en overweldigd. Het wil het heel graag goed doen. Het wil problemen oplossen. Het wil zorgen dat iedereen zich veilig voelt.
Dus zodra er onrust ontstaat in een groep of er een conflict is, schiet er bij mij iets in de overlevingsstand.
Ik ga managen. Fixen. De boel bij elkaar houden.
En ondertussen raak ik juist het contact kwijt met mijn volwassen zelf.
Dat is best een interessante ontdekking, zeker als je zelf groepstrainingen geeft en gewend bent om verantwoordelijkheid te dragen voor een groep.
Want dan denk je misschien dat je professioneel moet blijven staan, dat je de rust moet bewaren en dat je het allemaal moet kunnen dragen.
Maar soms betekent professioneel blijven staan juist dat je herkent dat je het even niet alleen kunt.
De vraag is dan niet: hoe krijg ik dit zo snel mogelijk opgelost?
De vraag is: wat heb ík nodig om me weer veilig genoeg te voelen?
En bij mij is het antwoord steeds vaker: eerder om steun vragen. Niet pas wanneer ik al helemaal vastzit, maar zodra ik merk dat iets te spannend wordt.
STEUN MOET JE SOMS OPNIEUW LEREN ERVAREN
Wat ik zo fijn vind aan de manier waarop Maya werkt, is dat het niet alleen bij praten en begrijpen blijft. Je ervaart het ook daadwerkelijk lichamelijk.
Je lijf kan opnieuw voelen hoe het is om gesteund te worden. Om niet alles zelf te hoeven oplossen. Om iemand naast je te hebben die even met je meekijkt en helpt dragen.
En dat vind ik bijzonder.
Want die steun is iets wat we allemaal op onze eigen manier kunnen hebben gemist. Je kunt er als volwassene van alles over begrijpen, maar soms moet je lichaam het ook opnieuw ervaren.
Er werden gisteren nog een aantal prachtige casussen ingebracht. Over zichtbaar zijn, ruimte innemen, therapie geven zonder jezelf te verliezen, jezelf als therapeut inbrengen en leiding durven nemen. Over directiever worden en niet verdwijnen achter je professionele rol.
Ik vind dat een van de mooiste dingen aan supervisie: je leert niet alleen van je eigen casus, maar ook van alles wat anderen inbrengen. Je herkent stukjes van jezelf in de verhalen van anderen en ziet hoeveel verschillende manieren er zijn om met professioneel ongemak om te gaan.
Ik kijk in ieder geval enorm uit naar het volgende blok.
Mijn take-aways:
Ik hoef niet alles te kunnen. Niet alles oplossen. Niet altijd beschikbaar zijn voor alles wat om mij heen gebeurd.
Maar weten wat ik kan dragen, herkennen wanneer ik steun nodig heb en verantwoordelijkheid nemen voor mijn eigen grenzen.
Een goede professional kent haar kwetsbare stukken en kindstukken en kan daar goed zorg voor dragen.
Foto: mijn innerlijk kind op comicon, verkleed als Elf